Een zingende bultrug geeft zijn verhaal door

Als kind al was ik gefascineerd door deze kolossen. Ik herinner me de eerste keer dat ik Greenpeace in actie zag tegen de walvisvangst. Op tv zag ik een reus voorbij glijden, een blauwe vinvis. Nu, bijna 40 jaar later zou ik ze in levende lijve zien. Niet de blauwe vinvis, maar de bultrug. Via internet kwam ik terecht op een site van Eco-volunteer. Daar vond ik de mogelijkheid om als vrijwilliger mee te werken aan het onderzoek naar bultruggen.

Hoewel ik niet van plan was om ver weg te gaan voor mijn vakantie, kon ik niet anders. Voor de kust van Brazilië, ergens tussen Rio de Janeiro en Salvador ligt Caravelas. Een erg klein plaatsje dat de thuisbasis is van het Instituto Baleia Jubarte (Baleia betekent walvis en Jubarte staat voor bultrug). Per week, van mei tot en met november hebben ze plaats voor drie vrijwilligers. Ik schreef in en kon komen.

Geheel onverwacht stond een stagiaire van het instituut me op het busstation op te wachten. Marianne, studente biologie, sprak aardig engels. Iets wat ik niet veel tegen zou komen, in de weken die volgden. In de brandende hitte, bracht ze me over een weg vol kuilen naar de kleine pousada waar ik steeds zou overnachten als we niet op de oceaan waren. Ik werd meteen ook uitgenodigd voor een feest. Iets wat ze in dit dorp veel en graag doen. Op maandagmorgen stapte ik het instituut binnen. Handen schudden en kennismaken met een aantal Brazilianen die allemaal aan het werk zijn voor dolfijnen, walvissen en het ecosysteem. Niet alleen onderzoek, maar ook voorlichting is een belangrijk onderdeel van hun bezigheden. Ze werken nauw samen met scholen, vissers, het toerisme en diverse autoriteiten.

Ik kreeg van Marianne uitleg over wat we tijdens onze cruises zouden doen. Allemaal Portugese termen en ik kreeg ze niet in mijn systeem geplant. Hoe ik mijn best ook deed, het lukte niet. Mijn eerste cruise ging naar Porte Seguro. De boot is 15 meter groot, een volwassen bultrug ook! Voor de kust van Caravelas zijn er ongeveer 2000 te vinden. Ze komen vanuit Antarctica naar de warme wateren om te paren en te baren. Op de route naar Porte Seguro zijn er niet zoveel te vinden. Grote aantallen bevinden zich rond Abrolhos, een beschermd oceaan gebied, met vijf kleine eilanden en prachtige koraalriffen. Daar zou de tweede cruise naar toe gaan.

Over de rivier varen we al vroeg in de morgen de oceaan op. Ondanks het pilletje tegen de zeedeining wordt ik toch al vlug misselijk. Zo’n kleine boot, op die grote zee, het is behoorlijk eng. Langzaam verdwijnt de kustlijn en is er overal om me heen alleen nog maar water te zien. De wind brengt een aangename maar ook verraderlijke verkoeling. Het is smeren geblazen met beschermingsfactor 30. Boven op het dek van de Tomada is het uren turen over het water om een glimp van een bultrug op te vangen.

‘Baleia, baleia’, het is al laat in de middag. In de verte verschijnt met enige regelmatig de bekende waterpluim van het ademhalen van een walvis. Bij het naderen is regelmatig de rugvin van een volwassen- en van een babywalvis te zien. De kolossen vervolgen ongestoord hun route.

Wat zijn ze gróót, zelfs die kleine! Waarschijnlijk is de baby slechts een paar maanden oud en ergens hier geboren. Eerlijk gezegd ben ik niet eens treurig over dit eerste contact op enige afstand. Ik moet meteen daarna naar beneden, om over te geven en voel me behoorlijk beroerd.
Na een schommelende nacht en het ontbijt gaat het ietsje beter en niet lang daarna wordt er weer geroepen.

Deze keer een groep van vijf volwassenen met een baby. De kleine springt graag uit het water en laat ons zijn salto zien. We bewonderen met zijn allen dit vreugdevolle vertoon en klappen. De dikke ruggen boezemen ontzag in. Ik voel me klein, op dit bootje op de grote oceaan, maar ook zó blij. Eindelijk, eindelijk kan ik deze reuzen van dichtbij en in levende lijve zien. Ze verdwijnen steeds onder water en komen dan soms geheel aan een andere kant van de boot te voorschijn. Door het heldere water zijn ze even van te voren helemaal te zien.

“De dieren zijn slim, als ze geen contact willen veranderen ze steeds van richting en zetten ons op het verkeerde spoor. Vaak echter laten ze ons dichtbij toe en zijn ze ook nieuwsgierig naar ons”, legt Marianne uit.
De windsnelheid, de diepte van het water, het percentage wolken en de locatie worden iedere keer genoteerd. Het benaderen gaat steeds heel voorzichtig om de walvissen zo weinig mogelijk te storen.

bultrugWe komen steeds dichterbij. Grazyela, biologe en de hoofd-verantwoordelijke voor deze cruise staat voor op de boot samen met de fotograaf en geeft aanwijzingen aan de kapitein. De staartvin van iedere walvis is anders. Door die te fotograferen kunnen de onderzoekers de dieren identificeren. Na een foto van de staartvin komt de verantwoordelijke voor de het nemen van een vetmonster in actie. Zij probeert door het afschieten van een pijl met buisje een stukje vet uit de rug te bemachtigen. Dit wordt opgestuurd naar een laboratorium voor onderzoek over de conditie van het dier. Het lukt niet. Na 30 minuten, wordt de observatie afgesloten. Al het gedrag is opgetekend en de boot herneemt zijn koers.

Voor we de haven van Porte Seguro binnenvaren, blijkt er iets mis met de motor van de boot. De volgende dag gaat voorbij, terwijl een paar monteurs vrolijk en zonder tijdsdrang sleutelen. Ik kuier wat door het toeristische plaatsje. Porte Seguro is de plek waar de eerste Portugezen lang geleden aan land gingen. Grazyela gaat en Milton komt. Hij nodigt me uit om ergens te gaan eten. Na een korte kennismaking over onze bezieling pols ik hem of er ook aandacht is voor het intuïtieve stuk tijdens de onderzoeken die ze doen. Hij heeft er geen ervaring in naar de walvissen toe, maar weet wel met voorbeelden aan te geven dat dieren regelmatig in zijn leven aanvoelden dat hij alleen het goede met ze wil.

Op de route terug naar Caravelas wens ik een walvis van dichtbij te zien. Ik probeer me in te stellen op het niveau waar zij functioneren en contact te maken met hen.
‘Is er iemand die me iets vertellen wil? Laat me zien als jullie me begrepen hebben.’
“We wijken niet meer van de route af, anders komen we te laat in Caravelas aan”, zegt Milton.
En dan ergens in de middag vinden we een eenling pal langs de route. Zijn staartvin hangt minuten lang stil in het water. We naderen voorzichtig en de motor van de boot wordt uitgezet. Ik zit beneden aan stuurboord en zie de staart héél langzaam dichterbij komen. Zijn lichaam is door het heldere water nog een stukje de diepte in te volgen. Ik spreek het dier in gedachten toe.
‘Ben niet bang, we willen je geen pijn doen. We zijn geïnteresseerd in jullie levenswijze en doen daar onderzoek naar. Ben niet bang, ik wil naar je luisteren.’

Het gezang van de walvis wordt steeds beter hoorbaar. Ik ben een en al oor. Ik hoor verdriet in de tonen. Een ongelooflijk groot verdriet over het misbruik van de aarde en al zijn levensvormen overmeesterd me. Ik voel onmacht ook. Het doet pijn. Maar dan gaan deze tonen over in iets wat mijn hart nog dieper beroert.

“Wij zijn hier al héél erg lang. We bewaken de energie van de aarde, maar we kunnen dat niet meer zonder jullie, mensen. Jullie kunnen vernietigen, maar besef ook dat die andere kant in jullie is. Jullie bezitten ook de oerkracht van het leven, de onvoorwaardelijke liefde. Laat die weer spreken in jullie harten en draag het uit in de manier waarop jullie leven. Vanuit die onvoorwaardelijke liefde voelen jullie je verbonden met alles en iedereen en vandaar uit kunnen we samen de aarde helpen. Wij leven in die onvoorwaardelijke liefde, maar verdriet dreigt ons er steeds meer uit te trekken.”
Hoe lang ik heb zitten luisteren weet ik niet. Op een gegeven moment besluit de walvis te vertrekken en verdwijnt onder water. In gedachten stuur ik een bedankje na.

Ik blijf achter, geraakt en verbaast dat deze walvis luisterde naar mijn wens en dat ik zó dichtbij mocht zijn. Slechts een paar meter was er tussen ons. Zijn tonen blijven nog lang in me naklinken en tranen wellen steeds opnieuw stil in me op, als ik dit in woorden probeer te vangen in mijn dagboek, zittend boven op het dek.

Ik ben helemaal vergeten om te vertellen dat ze de moed niet moeten verliezen. Er komt hulp. We zijn bezig om onze verantwoordelijkheid als mensen op te nemen. We zijn onderweg om die liefde weer in onze harten te laten spreken. Er zijn mensen die zich daarvoor inzetten. Het leek ook alsof in deze enkele zang, alle andere walvissen mee resoneerden. Op hun niveau zijn ze één. Als wij vandaar uit weer gaan leven, gaan we écht samenwerken. Ook vragen komen in me op. Kwamen de woorden die ik opving uit het gezang? Of spraken ze uit de stilte die tussendoor viel? Ik weet het niet. Eigenlijk maakt het me ook niet uit, de boodschap is duidelijk.

De zon gaat onder als we de rivier naar Caravelas opvaren. Ik voel me moe, vreemd en gelukkig ook. Eén vrije dag verandert in vijf vrije dagen. De motor van de boot is écht stuk en het lukt maar niet om hem te repareren. Ik hang in de hangmat, wandel, lees en laat mijn eerste contact met de walvis door me heen sudderen. De vijfde dag heb ik genoeg van het wachten en besluit om te informeren naar de toeristenboot die dagelijks naar Abrolhos gaat. Ik wil hier niet vertrekken zonder ook daar geweest te zijn.

Als ik dit meld op het instituut blijkt de boot plotseling klaar te zijn. We kunnen de volgende dag vertrekken. Ik kan nog mee! De poging om mijn busreservering om te zetten naar een later tijdstip mislukt. Maar ik neem de gok. Ik heb 14 uur nodig om van het dorp naar Salvador en het vliegveld te komen. Als god het wil…dan kan het kan allemaal nét. Deze keer gaat ook een filmproducent mee. Volgend jaar bestaat het instituut 10 jaar en daarvoor wordt een nieuwe dvd gemaakt. Marcia, de directeur van het instituut zegt me dat we waarschijnlijk niet veel walvissen zullen zien omdat het al laat in het seizoen is.
“Veel walvissen zijn al aan hun terugtocht begonnen.”

walvisstaartWaar of niet, maar overal verschijnen, als we in de buurt van Abrolhos komen, walvissen. Moeders met hun kleintjes, groepen en zelfs naar ik hoor een unieke gebeurtenis valt me ten deel. Een moeder met jong voegt zich bij een groep van zes volwassenen! Salto’s zijn om de haverklap aan de horizon te zien. Eén walvis slaat steeds met grote kracht zijn staartvin op het water, met een berg spetters tot gevolg. Laat in de middag zoeken we met de boot een plekje tussen de eilanden, waar niet veel wind staat. Het ontbijt is nog maar net op of er is alweer een walvis te zien. Er volgen er velen en ik probeer steeds in contact met ze te komen. Ik weet nu waar ik ze bereiken kan en vraag niet meer om een bevestiging. Mijn hart voelt er heerlijk warm en er leeft daar een gelukkige innerlijke glimlach in me.

Dichtbij, stil rustend in het water, met een jong dat om de moeder heen zwemt en steeds contact maakt met haar. Een groep, tweetallen, de staartvin minutenlang in de lucht… het gaat maar door. De filmproducent stapt bij opnieuw een zingende walvis in een kleine boot en maakt een opname met de vin vóór de Tomara. Terug vertelt hij me met een lachje:
“Dit was wat ik me wenste, wensen komen hier uit.”
Ik weet waar hij het over heeft. Marianne komt erbij staan.
“Dit waren hele bijzondere dagen, zó heb ik het nog niet meegemaakt. Zóveel walvissen die rustig blijven, zoveel staartvinnen die we van dichtbij konden benaderen. Je hebt geluk Mariëtte.”
Marcia is het met haar eens, ook zij had dit niet verwacht.

Mariëtte van Roij – debronfrance.nl
Meer informatie over het instituut is te vinden op: baleiajubarte.com

Lees ook:

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.